Nu jonge bruidjes steeds minder vaak een kousenband dragen, blijven er op een hedendaags trouwfeest slechts twee tradities overeind: de Marie-Louise enerzijds en de stoelekensdans anderzijds, traditioneel ook telkenmale met bomma’s en overjaarse tantes in de hoofdrol (als een gek met een stofvod staan zwaaien op één of ander tenenkrullend Frans liedje is écht geen traditie (en géén zicht)) .
Aangezien ik een eerder bescheiden familie heb en de meerderheid van m’n vrienden ervoor opteert “in zonde” samen te leven, overkomt het mij niet al te vaak aanwezig te zijn bij dergelijke uitspattingen. Nochtans was ik in m’n jaren in de jeugdbeweging geen onverdienstelijk stoelekensdanser. Gelukkig is er nog de Brakelse gemeentepolitiek, waar het stoelekensdansen een veel beoefende discipline is.
Hoe iemand eerst op de burgemeestersstoel gaat zitten om vervolgens vrolijk naar een ministerstoel te dansen, daar weten we in Brakel intussen alles van. En hoe dat vervolgens resulteert in een dansje van de ene schepen om toch maar even dienstdoend burgemeester te mogen zijn in afwachting van de benoeming van een andere schepen tot waarnemend burgemeester ter vervanging van de ministeriële titelvoerende burgemeester, is ook geen nieuws meer.
Wel nieuw is het gegeven dat door de aanstelling van de waarnemende burgemeester diens schepenstoeltje vrijkwam. Hopla! Aanleiding voor een nieuw dansje! Winnaar bleek de voormalige OCMW-voorzitter die op de jongste gemeenteraad verkozen werd tot waarnemende schepen. Wat weinigen weten is dat in de korte periode tussen de benoeming van de waarnemende burgemeester enerzijds en de aanduiding van de waarnemende schepen anderzijds, Brakel bovendien ook nog een mysterieuze “dienstdoende” schepen kende...
Ook bij het OCMW is het overigens een jolige boel en wordt er veelvuldig van stoelekensdans gedaan. Van de 6 OCMW-raadsleden die werden aangeduid voor de meerderheid, blijft er uiteindelijk slechts 1 (!) op z’n stoeltje zitten: de OCMW-voorzitter zelf. De anderen worden of zijn zelfs reeds vervangen.
Ik heb bovendien van horen zeggen dat de Brakelse socialisten intussen stevig aan het repeteren zijn voor een dansje zonder voorgaande. Maar dat is dus maar van horen zeggen. Wat niettemin wél als een paal boven water staat, is dat de pasbenoemde waarnemende schepen vroeg of laat weer z’n stoeltje kwijt is. Hetzij zodra de liberalen op nationaal vlak uitgedanst zijn en de minister terug komt walsen naar z’n burgemeestersstoel. Hetzij op 31 december 2015 wanneer – zo staat zwart op wit te lezen voor wie zich wat documenteert – de ex-OCMW-voorzitter op kant moet gaan staan voor een dansende majoor (maar daar wordt zowel bij de majoor in kwestie als bij z’n partij al even geheimzinnig over gedaan als over de anonieme dienstdoende schepen…).
Conclusie: Ik moet dringend wat vaker naar trouwfeesten gaan, want voor dergelijk stoelekensdansniveau ben ik eigenlijk bijlange niet genoeg getraind… Dus vrienden: hop! hop! het huwelijksbootje in. Niet voor de romantiek maar uit liefde voor de stoelekensdans! (en vergeet mij niet uit te nodigen…)
Grofweg valt de mensheid in te delen in twee categorieën. Enerzijds zijn er de mensen die mij sympathiek vinden, anderzijds zijn er de mensen die mij niet sympathiek vinden. Doorgaans zijn de laatsten in de meerderheid, al valt dat sinds de jongste gemeenteraadsverkiezingen redelijk goed mee. Nochtans heb ik tijdens de verkiezingscampagne bijzonder weinig getrakteerd. Enfin, niet eigenlijk. Dat mag niet van de wet en iedereen is gelijk voor de wet. Sommigen al meer gelijk dan anderen, u weet hoe dat gaat.
Ik vrees dat de uitbater van rusthuis Najaarszon, Bruno Schollaert wellicht bij diegenen hoort die mij niet bijster sympathiek vinden. Dat is niet erg want ik vind mijzelf ook niet altijd even sympathiek (al werk ik er aan). Het is echter wel jammer dat meneer Schollaert mij antipathiek vindt om de verkeerde redenen.
Horebekenaar Schollaert is er namelijk van overtuigd dat ik een persoonlijke hetze tegen hem voer. Dat is uiteraard niet waar. Of op zijn minst fel overdreven. Dat die man zijn schaapjes op het droge tracht te brengen is tenslotte zijn zaak.
Dat de verantwoordelijke politici – met name Herman De Croo, André Flamand en Johan Thomas – hem daarbij geen strobreed in de weg leggen en hem zelfs graag ter wille zijn, dat is echter een andere kwestie.
Ik legde eerder al uit hoe de hele constructie rond het rusthuis werd opgezet. Kort gezegd komt het er op neer dat de Brakelaar vooral moet betalen en voor het overige nauwelijks iets in de pap te brokken heeft. Aan dat laatste zou echter wel eens een einde kunnen komen…
Naar aanleiding van het onderzoek dat ik vroeg naar het juiste bedrag dat wij Brakelaars uiteindelijk moeten betalen voor het rusthuis – de meningen daarover lopen op zijn zachtst gezegd uiteen – dreigt Schollaert er nu mee zich terug te trekken uit het rusthuisbestuur. Dit zou er automatisch toe leiden dat het OCMW het automatisch terug voor het zeggen krijgt in Najaarszon.
“Een goede zaak!” hoor ik de enthousiastere Brakelaars onder u al denken. Helaas. Dat zit toch ietwat anders in elkaar.
Toen er een nieuw rusthuis moest worden gebouwd, werden het oude gebouw en de bijhorende grond door onze blauwe en rode politici namelijk zo goed als cadeau gedaan aan Schollaert (middels een “opstalrecht” van 50 jaar). Deze bouwde daar vervolgens – met z’n eigen centen – een nieuw complex op. Het leidt geen twijfel dat de nieuwe gebouwen schitterend zijn en een wereld van verschil vormen met de vroegere Oost-Europese toestanden. Dat is absoluut de verdienste van Schollaert en het is zondermeer knap werk.
Maar… zo’n investering moet natuurlijk wel worden terug verdiend…
Dus verhuurt Schollaert deze gebouwen aan de “Vereniging Rusthuis/RVT Najaarszon” die er op haar beurt vervolgens de bejaarden in onderbrengt en verzorgt. Binnen deze “vereniging” beschikt Bruno Schollaert over de meerderheid van de stemmen, het OCMW de minderheid. Wanneer Bruno Schollaert zich echter zou terugtrekken en het OCMW het rusthuis weer alleen moet besturen, blijft de Horebeekse magnaat niettemin nog voor 50 jaar eigenaar van de gebouwen. Het OCMW blijft dus verplicht om 50 jaar huur te betalen aan Bruno Schollaert. Het gaat om een bedrag van meer dan 300.000 euro per jaar.
Ronduit antipathieke mensen zouden misschien zelfs wel eens durven stellen dat het eigenlijk altijd al het plan is geweest van Bruno Schollaert om – zodra het OCMW niet meer tussenkomst in de verliezen van het rusthuis (vanaf 2017) – zich terug te trekken als rusthuisuitbater en enkel nog z’n maandelijkse huur te incasseren.
Bij de eerste spadesteek voor het nieuwe rusthuis, ging OCMW-voorzitter Flamand er nochtans prat op dat dit de belastingbetaler geen euro ging kosten. Dat is dus op zijn minst fel overdreven. Om niet te zeggen dat het niet waar is. Anderen zouden zelfs durven zeggen dat het gelogen is, maar ik wil mij sympathiek maken dus ik houd het op fel overdreven.
De betrokkenen poetsen intussen allemaal de plaat. Burgemeester De Croo zat inmiddels z’n laatste gemeenteraad voor, OCMW-voorzitter Flamand verdwijnt uit beeld en wie het Brakels geruchtencircuit wat volgt, weet dat men ook schepen van Financiën Thomas veiliger oorden toedicht.
Rest de vraag wie de gesjaarelden zijn in dit verhaal.
U. En ik. En… de nieuwe OCMW-voorzitter Marijn Devalck, die hopelijk goede contacten heeft met begrafenissen Geert of begrafenissen Stefaan. Er zitten nog wel wat meer lijken in de kast van het OCMW.
PS: Amper twee dagen nadat ze hevig in het verweer gingen tegen de conclusies van onafhankelijk onderzoeksbureau BDO, gaf de uitbater toch toe dat zijn factuur verkeerd was. Hij stuurde namelijk een nieuwe rekening naar het OCMW, niet van 230.000 euro maar van 350.000 euro! De paarse meerderheid verklaarde zich alvast akkoord om daarvan 300.000 euro te betalen... Later meer.
Marijn Devalck wil het profitariaat aanpakken. Benieuwd of hij durft beginnen in eigen rangen.
Hoera! We weten eindelijk wie er naast de burgemeester-voor-de-show onze echte burgemeester mag zijn de komende jaren. Stefaan Devleeschouwer krijgt alvast tot 2014 (tenzij iemand vroeger de stekker uit de Belgische regering trekt, dat is nog al gebeurd…) het roer van onze gemeente in handen. Dat het zo lang geduurd heeft eer er witte rook uit het Michelbeeks schouwke kwam, mag misschien wat verwonderen – de VLD beweert immers dat wie het meeste stemmen heeft steeds burgemeester moet worden – maar uiteraard heb ik mij niet te moeien met de interne keuken van andere partijen.
Meteen werd ook bekend gemaakt dat Marijn “den bal” Devalck de nieuwe OCMW-voorzitter wordt, na de klets die huidig voorzitter Flamand om de oren kreeg van de Brakelse kiezers. Het eerste interview van de nieuwe OCMW-voorzitter is alvast veelbelovend. Toegegeven, z’n woordkeuze in een zin als “ik beweeg me tussen marginalen” is misschien niet helemaal geslaagd maar wat Marijn vindt van z’n partijgenoten is tenslotte zijn zaak. Om de man daarom meteen zo hard te kapittelen als een aantal armoedespecialisten – die overigens niet op de hoogte zijn van de sociale problematiek in onze gemeente – dat vandaag doen, is dan ook wat overtrokken. Tenslotte zegt Marijn in z’n eerste politieke interviews ook erg hoopgevende dingen zoals dat hij de “vriendjespolitiek en het nepotisme” wil aanpakken. Wie de Brakelse politieke situatie kent, kan alleen maar erg benieuwd zijn naar de uitkomst daarvan!
Ik durf er dan ook op rekenen dat de nieuwe burgemeester en de nieuwe OCMW-voorzitter écht een einde zullen stellen aan de “Sinterklaas”-politiek die in het verleden gevoerd werd. Dat ze met andere woorden komaf maken met de wantoestanden die bij het OCMW gecreëerd werden door de verdachte overfinanciering van het rusthuis en de asociale concurrentie met lokale ondernemers. Dan kan er misschien eindelijk aandacht worden besteed aan een groep Brakelaars die veel te vaak worden vergeten: de vereenzamende senioren die onder de radar van de armoedebestrijding blijven.
M’n collega’s en ik willen Stefaan en Marijn alle kansen geven om écht werk te maken van een correct maar warm sociaal beleid, zonder profiteurs maar vooral zonder nepotisme en vriendjespolitiek.