Horebeekse lusten.Brakelse lasten.

Ik stel met genoegen vast dat mijn goede vriend Fernand, voorzitter van de Brakelse Sint-Jozefsvrienden, nog steeds een trouwe bezoeker is van mijn webpagina’s. Hoera! Toch iemand. Dat durf ik toch af te leiden over de wijze waarop Fernand alvast probeert vooruit te lopen op wat ik allemaal heb te vertellen over het OCMW. Het spreekt voor zich dat ik Fernand bijzonder dankbaar ben voor de vriendelijke suggestie. Mocht er toch nog iemand twijfelen over waarom wij CD&V niet voldoende meer vertrouwen om een kartel mee te vormen, dan raad ik hen bijvoorbeeld graag het uiterst lezenswaardige stukje van ex-CD&V’er Huub Broers aan over de wijze waarop CD&V artikel 195 van de Grondwet verkracht om de N-VA en bij uitbreiding alle Vlamingen een hak te zetten. 

Maar daar wou ik het eigenlijk niét over hebben.

Ik wou het dus wél hebben over het OCMW en over de wijze waarop uw belastinggeld daar wordt versluisd naar privé-investeerders. Enfin, één privé-investeerder.

Het bloed van de historicus kruipt waar het niet gaan kan, dus ik neem u even mee terug in de tijd. Kort voor de gemeenteraadsverkiezingen van 2006 (wat had u anders verwacht) werd de eerste spadesteek gegeven voor de vernieuwing van het rusthuis Najaarszon in de Kasteelstraat. Het rusthuis – dat tijdens het bewind van CVP-burgemeester Charles Van Heuverzwijn werd opgericht – zat al een tijdje in vieze papieren en dreigde zijn vergunning te verliezen.

Even zag het er naar uit dat enkel een privatisering een sluiting van het rusthuis zou kunnen verhinderen. Uiteindelijk werd gekozen voor een half-om-half oplossing waarbij het OCMW en een private partner – Horebekenaar Bruno Schollaert – samen het nieuwe rusthuis zouden bouwen en uitbaten.

De constructie is nogal ingewikkeld – althans voor een simpele ziel als ondergetekende. Aangezien mijn website vooral intellectuelen aantrekt, twijfel ik er niet aan dat u het echter wel zal begrijpen. Ik probeer het uit te leggen. De gebouwen en gronden van het rusthuis werden door het OCMW in opstalrecht gegeven aan de Schollaert Invest, immobiliënbedrijf van dhr. Bruno Schollaert. Dit bedrijf liet door een ander bedrijf, bouwfirma Schollaert een nieuw rusthuis bouwen, het oude rusthuis verbouwen en voorziet ook nog eens in de bouw van serviceflats en bejaardenwoningen. Deze worden vervolgens verhuurd aan een nieuw opgerichte vereniging “Rusthuis RVT/Najaarszon”. De raad van bestuur en de algemene vergadering van de vereniging worden bevolkt door vertegenwoordigers van het OCMW en van vzw Sint-Jozef (die voor alle duidelijkheid niks te maken heeft met de Brakelse CD&V). De voorzitter van vzw Sint-Jozef is dhr. Bruno Schollaert (of wat had u gedacht). Vzw Sint-Jozef beschikt over een meerderheid van de stemmen in zowel de raad van bestuur als de algemene vergadering (2 voor het OCMW t.o.v. 4 voor de vzw).

In de oprichtingsakte van de vereniging werd overeen gekomen dat het Brakels OCMW nog tot 2016 – evenwel degressief – de verliezen van het rusthuis zou bijpassen. Daarenboven blijft het OCMW ten eeuwigen dage instaan voor een belangrijk – en steeds oplopend – deel van de personeelskosten.

Dat heeft zo z’n gevolgen. In 2001, kort na het aantreden van de eerste paarse coalitie en vóór de samenwerking tussen het OCMW en Bruno Schollaert, bedroeg de bijdrage van het gemeentebestuur – via het OCMW – 450.000 Euro. In plaats van dalende kosten – zoals men zou mogen verwachten gezien de degressieve bijdrage in de verliezen – lopen de kosten voor het rusthuis voor het OCMW echter jaarlijks op. In 2010 – dus ruime tijd ná de samenwerking – bedroeg de bijdrage al 475.000 Euro…

Bovendien is er nog wel wat meer aan de hand met die samenwerking… Ondanks sabotagepogingen van de paarse meerderheid (zoals bv. het organiseren van de OCMW-raad op bizarre tijdstippen, smeekbedes aan het adres van kartelgenoten,…) geraakte uw trouwe dienaar in 2007 verkozen in de raad van bestuur van de vereniging.

Bij de eerste bijeenkomst van dat jaar (meteen ook de enige bijeenkomst) viel mij meteen iets bijzonder op. Vzw Sint-Jozef werd vertegenwoordigd door 4 afgevaardigden (Bruno Schollaert, zijn vrouw, zijn zoon en zijn schoondochter) terwijl – volgens het Heilig Staatsblad – die vzw amper 3 leden telde. Bovendien niet eens rechtsgeldig samengesteld aangezien al deze leden zowel in de raad van bestuur als in de algemene vergadering van deze vzw zetelden…

Algemene vergaderingen werden niet gehouden, er werden geen jaarrekeningen voorgelegd, laat staan een begroting. Op de koop toe trachtte Bruno Schollaert, hierin ondersteund door OCMW-voorzitter André Flamand, voor zichzelf een extra managementvergoeding van 50.000 euro te eisen.

Als ’t echt zo is dat eigen lof stinkt dan zal ik de volgende dagen wellicht een kwalijk geurtje verspreiden maar enige banbliksems van Flamand en Schollaert ten spijt ben ik er gelukkig toch in geslaagd om een stokje voor die managementvergoeding te steken, een nieuwe samenstelling van de raad van bestuur af te dwingen, jaarlijkse algemene vergaderingen te bekomen en inzage te verkrijgen in de rekeningen. Leve mij.

Dat neemt niet weg dat de hele constructie nog steeds uiterst merkwaardig – om niet te zeggen dubieus – is. Het OCMW heeft de facto geen enkele zeggenschap meer over het rusthuis maar draait wel op voor een belangrijk deel van de kosten. De lasten zijn voor de Brakelse belastingbetaler. De lusten vloeien naar Horebeke.

Hoog tijd om daar wat aan te veranderen als men het mij vraagt.

Alles uit de kas voor het lintjesseizoen!

Zoals beloofd – we zitten in de aanloop naar de verkiezingen dus beloven is fel in de mode – brei ik graag een vervolg aan m’n verhaal over de gemeentefinanciën.

Ik zou het deze keer dus hebben over de manier waarop de blauwe en rode kornuiten het belastinggeld van de Brakelaars besteden.

Een blik op de begroting voor 2012 bezorgt me alleszins een donkerblauw (excusez le mot) vermoeden dat verkopers van lintjes en bijhorende schaartjes de komende maanden weer gouden tijden te wachten staan. Een greep van waaraan we ons de komende maanden allicht allemaal mogen verwachten:

  • Opening containerpark;
  • Aanleg Finse piste;
  • Fontein in de Rijdt;
  • Onthullen van een standbeeld voor het Brakelhoen;
  • Renovatie van het vredesmonument;
  • Renovatie van het fiets – ahum – monument;
  • Eerste spadesteek nieuw politiekantoor;
  • Voorstellen definitieve plannen voor het nieuwe centrum;
  • Aankondiging cultureel centrum.

Gelegenheid genoeg dus voor de paarse jongens en meisjes om zich nog maar eens op de foto te murwen. Majoor Vanderstuyf hoeft dus niet langer tussen de varkens te gaan zitten om in beeld te komen (al is het – Animal Farm indachtig – natuurlijk niet slecht gezien om tijdig de juiste vrienden te kiezen).

Nu, pas op, ge hoort mij niet klagen! (Enfin, toch niet overdreven). Op zich biedt het merendeel van die projecten zeker een meerwaarde voor onze gemeente.

Al is het natuurlijk wel wat doorzichtig om eerst een paar jaar flink het geld van de belastingbetaler op te potten om vervolgens in het jaar van de verkiezingen het spaarvarken flink leeg te schudden. Maar die trucen van de foor horen vrees ik – helaas – nu eenmaal bij de gemeentepolitiek.

Waar ge mij wél hoort over klaren is over het ronduit slechte bestuur van het schepencollege in een aantal bevoegdheden waardoor de kosten er bovenmatig de pan uitswingen. Het OCMW – dat ik uiteraard van nabij ken – is daarbij één van de mooiste voorbeelden. De belastinggelden die via het OCMW versluisd worden zijn hallucinant. Maar daarover meer… een volgende keer :-).

Betalen de Brakelaars te veel belastingen?

Met de gemeenteraadsverkiezingen in zicht vliegen de ronkende verklaringen weer flink in het rond. “Belastingdruk met 500.000 verminderd over de laatste vijf jaar!” beweert De Croo (père). “Brakel heft sinds 2007 reeds 4,6 miljoen euro méér aan belastingen!” beweert de Brakelse CD&V dan weer.

Vervelend is dat natuurlijk, zo’n flagrante tegenspraak. Want wie heeft gelijk? Ik ben natuurlijk graag bereid mij op te offeren om deze onverkwikkelijke zaak op te lossen. Historici stellen voor het overige misschien niet zoveel voor maar wahreit und dichtung van elkaar scheiden vormt op zijn minst wel een essentieel onderdeel van onze opleiding.

Het zal u misschien verbazen – of juist niet – dat zowel De Croo (père) als CD&V er naast zitten. Men zou kunnen stellen dat de waarheid in het midden ligt maar aan die karamellenverzenretoriek doe ik niet mee. De fout van de CD&V is in die zin nog vergeeflijk dat de Sint-Jozefsvrienden er niet met opzet naast zitten (waarbij ik niet weet of dit al dan niet in hun voordeel pleit…) maar eerder een aantal denkfouten maken. De Croo (père) daarentegen draait de Brakelaars simpelweg een rad voor de ogen.

Het klopt dat de paarse coalitie de voorbije jaren de forfaitaire gezinsbelasting gradueel heeft afgebouwd (een jaarlijkse vermindering van 12,5 euro) en wel in die mate dat deze aan het huidige tempo in 2013 volledig zal zijn weggevallen. Helaas vergeet De Croo (père) er in z’n communicatie steeds aan toe te voegen dat hij en z’n kornuiten die gezinsbelasting in 2004 eerst hebben ingevoerd (toen 100 euro). Conclusie: de Brakelaars betalen vandaag – ondanks de zogezegde belastingvermindering – nog steeds méér gezinsbelasting dan vóór De Croo (père) burgemeester is geworden.

De Brakselse CD&V’ers, grote roerganger Fernand De Tant op kop, misrekenen zich dan weer wanneer ze stellen dat Brakel significant méér belastingen ophaalt dan voorheen. Dat klopt wanneer je enkel de naakte cijfers bekijkt. In 2005 haalde de paarse coalitie nog 6.274.784 euro aan belastingen op bij de Brakelaars, in 2012 wordt dit al begroot op 7.037.621 euro, dus een stijging van zowat 760 duizend euro. “Jamaar,” aldus onze teerbeminde burgervader, “ge houdt geen rekening met de bevolkingstoename!” Terechte opmerking van De Croo (père): als het aantal inwoners toeneemt en het belastingpercentage gelijk blijft, stijgen de inkomsten. CD&V slaat de bal dus mis.

Héláás (driewerf!) zit ook onze burgemeester er weer naast (deze keer – vermoedelijk, want met die smoelentrekkers van de VLD zijt ge nooit zeker – per ongeluk). Een eenvoudig rekensommetje – belastingopbrengst gedeeld door het aantal inwoners – leert namelijk dat elke Brakelaar in 2005 gemiddeld 458 euro aan belastingen betaalde en in 2012 reeds 496 euro, dus een stijging van 38 euro. Per gezin betekent dit een gemiddelde gemeentebelasting van 1.198 euro in 2012 t.o.v. 1.132 euro in 2005, of een stijging van 66 euro.

Om niet dezelfde fouten te maken als De Croo (père) en De Tant zeg ik er meteen bij, dat ook dit cijfer niet meteen betekent dat de belastingen de hoogte zijn ingegaan. Sinds 2005 werden bijvoorbeeld de lonen geïndexeerd wat meteen ook leidt tot hogere belastinginkomsten.

Waarmee ik maar wil zeggen dat wie de nuance uit het oog verliest in een debat over de belastingen, al snel riskeert om uit de nek te kletsen. Iets waar de talloze toeschouwers op de Brakelse gemeenteraad het ongetwijfeld roerend eens mee zullen zijn.

Belangrijker dan het belastingtarief in onze gemeente, is de wijze waarop met het belastinggeld wordt omgesprongen. En dat is een heel ander paar mouwen. Maar daarover vertel ik u graag in een volgende bijdrage.